Aandacht voor de honingbij en biologisch-dynamisch imkeren
Annette Voorbij – Luiten     

In ons ecosysteem spelen de bijen een heel belangrijke rol. Het merendeel van de planten is voor de voortplanting afhankelijk van de bijen. Ze zijn dus belangrijk voor onze voedselvoorziening. Ze bestuiven voor een groot deel onze gewassen. En als een bij nectar wegzuigt bij een bloem, dan stroomt iets van het bijengif naar de bloem. Dit gif bevat mierenzuur, een levendragende stof, onmisbaar voor de plantenwereld. Ook de bodem rondom de plant krijgt deze levensstoffen. Zo brengen ze het landschap tot leven (ook mieren spelen hier een belangrijke rol in).

In vroeger tijden had men veel eerbied voor de bijen, men beschouwde ze als sacrale (heilige) wezens. In onze tijd is men vooral bezig om zoveel mogelijk te profiteren van de honingbijen door middel van de kunstmatige bijenteelt. We doen ons voordeel met hun goudgele honing, stuifmeel, propolis, was, Koninginnegelei en zelfs met hun gif. We gebruiken het in onze voeding en ook in de geneeskunde en de cosmetica.

Rudolf Steiner (1861-1925) vertelde in zijn voordracht over de bijen, dat de vreugde betreffende de kunstmatige bijenteelt, geen honderd jaar zou duren. De bijenteelt is tussen 1908 en 1912 begonnen en nu zo’n honderd jaar later, worden we geconfronteerd met een hoge bijensterfte.

De bijensterfte 
De wetenschap is druk bezig om de oorzaak te vinden van de grote bijensterfte, want deze is zorgwekkend. Nederland blijkt van heel Europa het land te zijn met de hoogste bijensterfte.
Hieronder een paar (mogelijke) oorzaken:
- Gebruik van voor bijen schadelijke bestrijdingsmiddelen, bijvoorbeeld imidacloprid. Dit insecticide maakt het spuiten overbodig omdat het al op het zaad wordt aangebracht waardoor het gif in de hele plant zit. Dus ook in de nectar en het stuifmeel. Uit laboratoriumonderzoek (in het buitenland uitgevoerd) is gebleken dat dit zeer schadelijk is voor de bijen. In Duitsland, Frankrijk en Italië is daarom uit voorzorg dit middel verboden. In Nederland wordt het veelvuldig gebruikt.
- In Zwitserland is er onderzoek gedaan naar de straling van draadloze telefoons en mobieltjes. Hieruit is gebleken dat het oriëntatie-vermogen van de bijen wordt aangetast als ze in de buurt van een zendstation zijn. Deze ontdekking heeft aangespoord tot verder onderzoek.
- Voldoende voeding is voor hen steeds moeilijker te vinden. Door verstedelijking, onkruidbestrijding en monoculturen in de landbouw is het landschap veranderd in een woestijn voor de bijen (u kunt de bijen helpen door in uw tuin te zorgen voor bijenplanten).
- De varroamijt is een klein beestje dat op het jonge broed parasiteert en allerlei virussen overdraagt.

Het bijenvolk
Een bijenvolk (imme) is een wezen, een lichaam, één organisme met een zeer hooggeorganiseerde samenwerkingsvorm.
In de christelijke beeldenwereld gold de onvermoeibaarheid van bijen bij het werk voor hun gemeenschap als voorbeeldig.¹ 

Binnen een bijenvolk heb je de koningin, de werksters (vrouwtjes) en de darren (mannetjes).
De werkster leeft in de zomer ongeveer zes weken en in de winter zes maanden. Gedurende haar leven heeft ze vele, verschillende taken. Ze begint als poetser en houdt de cellen in de raat schoon. Als voedster voedt ze de jonge larven en zo nodig de koningin. Als de wasklieren zijn ontwikkeld, bouwt ze een periode raten. Als ontvangbij verwerkt ze nectar en stuifmeel. Als schildwacht weert ze indringers uit de kast. Als haalbij of verzamelbij verzamelt ze nectar en stuifmeel. Als waterdraagster haalt ze water: vooral de jonge bijen hebben water nodig. Onder de verzamelbijen zijn ook verkenners. Door een dans op de raat vertelt de verkennerbij aan de verzamelbijen waar voedsel te halen valt. Deze dans bevat gegevens over de richting en de afstand waar voedsel te vinden is.
Stuifmeel, dat ze aan hun achterpoten meenemen, levert de bijen eiwitten en vitamine. Zowel het stuifmeel als de nectar bewerken ze met hun speekselenzymen. Ze verzamelen ookharsachtige afscheiding van planten, die ze omzetten tot propolis. Propolis bevat ook bijenwas en stuifmeel. Hiermee dichten ze de kiertjes en weren ze schimmels en bacteriën uit de kast.
De nectar die de verzamelbij haalt, slaat ze op in haar honingmaag. In de kast geeft ze het door aan een ontvangbij die het verwerkt. Het kan wel honderd keer doorgegeven worden, voordat het in de raat gelegd wordt. Nectar bevat 20% suikers en 80% water. Honing bevat het omgekeerde: 80% suikers en 20% water. Door het met de vleugeltjes wapperen boven de cellen wordt de nectar ingedampt en krijgt het de juiste dikte. Dan is de honing ‘rijp’. Daarna worden de cellen verzegeld met bijenwas. Bijen zijn regulatietovenaars. De temperatuur in de kast benadert die van een mens, 37° C (in de winter wat lager) en ze slagen erin die constant op peil te houden. Ze creëren hele luchtstromen met het wapperen van hun vleugeltjes zodat het niet te vochtig wordt in de kast.

Eén koningin kan maximaal vijf jaar oud worden. Ze heeft vier weken de tijd om bevrucht te worden. Op een (warme) dag verlaat ze vergezeld door een aantal werksters de kast om naar een darrenverzamelplaats te gaan (een soort hangplek voor de mannetjesbijen). De koningin lokt de darren mee en vliegt zo hoog mogelijk richting de zon, men noemt dit ‘de bruidsvlucht’. De sterkste darren, die net zo hoog kunnen komen als de koningin, paren met haar. (De koningin is van het volk de bij die het meest verbonden is met de zon. De darren zijn meer verbonden met de aarde en de werkbijen zijn de verbindende schakel tussen hemel en aarde.) De koningin kan verschillende keren op bruidsvlucht gaan. Ze heeft dan voldoende zaad voor de komende vijf jaar. De darren die met haar paren sterven. Als de koningin een eitje legt, kan ze zelf kiezen of het een bevrucht of onbevrucht eitje is. Uit een bevrucht eitje komt een werkbij en uit een onbevrucht eitje komt een dar. Ze kan wel 2000 tot 3000 eitjes per dag leggen. Voor een nieuwe koningin wordt door de werksters een grotere cel in de raat gemaakt. Deze cel is rond, net zoals de zon. Een koninginnenlarve in zo’n cel krijgt veel aandacht van de werksters en wordt gevoerd met Koninginnegelei.

Zwermen
Iedere koningin heeft een eigen uitstraling. Ze straalt een licht uit die bijen kunnen waarnemen. Als er een nieuwe koningin komt, kan de oude koningin dit licht niet verdragen en vliegt uit met een deel van haar volk. Duizenden bijen verlaten dan tegelijk de kast, vliegen omhoog en vormen een snel door elkaar heen schietende wolk van bijen. Volgens een imker: ‘zeer indrukwekkend’. Uiteindelijk ballen ze samen door zich tegen elkaar aan te vlijen en vormen een tros, bijvoorbeeld aan een tak van een boom. Deze tros kan de imker scheppen en een nieuwe behuizing geven.
Rudolf Steiner:
“Zoals de mensenziel het lichaam verlaat, zo verlaat de oude koningin, als de jonge koningin volgroeid is, met haar aanhang de bijenkorf. De bijen kunnen niet de toegang tot de geestelijke wereld vinden. Wij moeten ze in een andere bijenkorf tot een nieuwe belichaming brengen. Dat is meteen een beeld van de mens die zich weer belichaamt.”²

Foto bijenraat (zie ….)

De gangbare imker en de biologisch-dynamische imker (BD-imker)
De gangbare imker gebruikt kunstraat (vanuit de gedachte dat de bijen hun energie beter kunnen besteden aan het halen van nectar, dan aan het bouwen van een raat). Kunstraat wordt zo ingedeeld dat er meer honing in opgeslagen kan worden.
Bij de BD-imker bouwen de bijen hun raten zelf, ze mogen hun natuurlijke bouwdrift uitleven, waardoor het volk in z’n kracht komt en daarna minstens zoveel nectar haalt. Een raat bestaat uit allemaal zeshoekige cellen die precies op elkaar aansluiten, zodat er geen ruimte verloren gaat. Het is het skelet van het bijenvolk. Hierin vindt men de broedkamers en de opslagplaats voor honing en stuifmeel. Als ze bouwen, hangen de bijen aan elkaar. Met hun wasklieren produceren ze dan wasplaatjes. Deze wasplaatjes nemen ze van elkaar over en kauwen erop, voordat ze ermee bouwen.
Rudolf Steiner legt in zijn voordrachten over de bijenteelt uit, dat deze zeshoekige vorm van de raten bij de bijen, die zich daarin ontwikkelen, een zeshoekig vormende kracht geeft, die ook in de honing terecht komt. Deze kracht ontwikkelen wij mensen ook in onszelf en is belangrijk voor de botopbouw. Als deze zeshoekige kracht bij ons door zwakte is verminderd, kan het nuttigen van honing een goede aanvulling zijn.
Bij de BD-imker zijn de kasten van natuurlijk materiaal gemaakt waar zo weinig mogelijk ijzer in verwerkt wordt.

Bij de gangbare imker worden de darren als van weinig nut ervaren; ze worden alleen geschikt geacht voor de voortplanting. Daarom worden ze vaak teruggedrongen door het wegsnijden van darrenraat.
Bij de BD-imker zijn de darren een wezenlijk onderdeel van het volk. Hun functie is behalve de voortplanting ook waarnemen en denken. Als er darren bij het volk zijn, is het hele volk levendiger. En met hun grote harige lijven kunnen ze het broed warm houden.

De gangbare imker probeert zwermen te voorkomen. Ze vinden het hinderlijk en gevaarlijk en je bent een slechte imker als je het volk laat zwermen. Zwermen voorkomen ze door de raat waar de nieuwe koningin op zit, weg te halen. Deze hangen ze in een nieuwe kast met een paar raten erbij en zo hebben ze (kunstmatig) een nieuw volk gecreëerd. Ook halen ze koninginnenlarven uit het nest.
De BD-imker laat ze wel zwermen, want het is een basisdrift die belangrijk is. De volkssamenstelling is bij zwermen beter dan bij een kunstmatig gecreëerd volk. Dit komt omdat de bijen die meegaan een band hebben met de oude koningin.

De gangbare imker oogst sinds de ontdekking van de bietsuiker bijna alle honing. Honing is het voedsel van de bijen waar onontbeerlijke voedingstoffen inzitten: vitamines, mineralen, sporenelementen en afweerstoffen. In plaats van te kunnen overwinteren op hun eigen honing, krijgen ze suikerwater gevoerd. Ze worden in hun rustperiode aan het werk gezet, want dit suikerwater zetten de bijen om in……. Honing (deze honing is van mindere kwaliteit dan de honing die van de bloemennectar afkomstig is)!
De BD-imker probeert zoveel honing in de kast te laten, als het volk nodig heeft om de winter door te komen. Is bijvoeding nodig, dan wordt de suikeroplossing verrijkt met kruidenthee, eigen honing en eventueel wat zout. In deze samenstelling kunnen de bijen het voer gemakkelijker in honing omzetten.

De BD-imker werkt, als hij/zij niet overgevoelig is, met zijn blote handen in de bijen. Een respectvol contact is belangrijk. Bijen steken niet zonder reden.

De bijentuin
Op het biologisch-dynamische Landgoed Kraaybeekerhof in Driebergen hebben ze sinds het voorjaar van 2011 een bijenstal voor ca. 12 bijenvolken. Om deze stal heen zijn ze bezig met het aanleggen van een drachtplantentuin³ om zo drachtarme periodes voor de bijen te overbruggen.
Op uitnodiging van de imkers die daar imkeren heb ik een middagje meegelopen. Deze imkers zijn zeer gemotiveerd om de bijenvolken in stand te houden. Ze imkeren hier in de eerste plaats niet voor de honing, maar kijken wat het bijenvolk nodig heeft om het vitaal te houden. Op advies van een energetisch werkende therapeut hebben ze een visualisatieoefening gedaan. Drie kleuren werden door middel van deze visualisatie het gebied waar ze imkeren binnengebracht. Eén van de imkers kreeg dezelfde dag nog, tijdens een meditatie, de ervaring dat er als het ware een zwarte sluier van een bijenvolk werd afgetrokken. Hij merkte op, dat de bijen daarna actiever waren.

Na een kort overleg in de bijenstal worden de kasten behoedzaam één voor één opengemaakt. De imkers doen dit zonder bescherming en met hun blote handen. Ook ik sta er zonder bescherming bij. De meeste bijen gaan onverstoord door, als de kast open is. Bijen voelen de uitstraling van de imker. Als je ze met een open hart tegemoet treedt, dan verstoor je hun bezigheden verder niet.

Je kunt goed het verschil tussen het broed, de honing- en de stuifmeelopslag in de raten zien. In verschillende nesten zie ik veel bijen aan elkaar hangen, er wordt dus druk gebouwd aan nieuwe raten. Ook is er in een nest, tussen de gewone cellen, duidelijk een grote ronde cel te zien waarin een koningin heeft gezeten.
Een van de imkers heeft tegen de varroamijt in haar kast brandnetel en bijvoet gelegd en wat lavendel gedruppeld. Dit heeft namelijk tot een goed resultaat geleid bij een andere imker (de varroamijt bestrijden ze altijd op een natuurlijke manier).
Er wordt ook een kast opengemaakt die ze hebben overgenomen, omdat de imker van dit bijenvolk is overleden. Deze kast vraagt extra aandacht, want er bestaat een zielencontact tussen de bijen en de imker; de bijen wennen aan de uitstraling, de uitwaseming van de imker. Als de imker is overleden, dan moet het volk aan een andere imker wennen. Het gebeurt dan wel dat het hele volk sterft. Van dit volk zijn al veel bijen dood gegaan, maar nu constateren ze dat het de goede kant op gaat; deze bijen zullen het wel redden.

Het was een bijzondere middag, waarop ik de bijenvolken heb mogen ervaren en me verbonden voelde met deze verschillende bijenwezens.

Er zijn vele pareltjes op aarde, die we pas zien als we met andere (geestelijke) ogen kijken. Het bijenvolk is zo’n pareltje en dit kunnen we zo aanschouwen. Dit leert ons wat leven in verbondenheid in eenheid is. Dat wij mensen vanuit ons ik-bewustzijn daar naartoe mogen groeien.

¹ Boek: Prisma van de symbolen; prof. Dr. Hans Biedermann.
² Boek: De bijen van Rudolf Steiner.
³ Drachtplantentuin: Een tuin waarin het gehele jaar op de winter na, bloeiende planten staan..

Gebruikte bronnen.
www.bdimkers.nl
www.debijentuin.nl (website van de imkers:  Landgoed Kraaybeekerhof)
Dynamisch perspectief 2010 nr. 3: Een imme moet zichzelf kunnen zijn
Boeken: -De Bijen; Rudolf Steiner
               -Tranen van de zon; Chris Simoens