Biologisch dynamische landbouw en elementenwezens
Annette Voorbij – Luiten     

In vroeger tijden toen de mens nog instinctieve helderziendheid bezat, kende de mens een grote verscheidenheid aan wezens die werkzaam waren in de plantenwereld. Deze kennis is verloren gegaan. De mens is in de loop der eeuwen steeds verder verwijderd geraakt van zijn oorsprong en vervreemd van de natuur.

Alle natuurlijke processen verlopen door werking van de natuurwezens. Ze zijn dus onmisbaar en het is van belang dat wij mensen opnieuw in verbinding treden met deze wezens. Niet door het terughalen van oude denkvormen (de mens is inmiddels verder geëvolueerd), maar als een bewust zielenmens. Met ons Ik-bewustzijn weer toegang krijgen tot de geestelijke wereld, waarbij instinctieve helderziendheid is vervangen door intuïtie.
Als we met respect, zorg en aandacht omgaan met de natuur, voeden we deze wezens zodat ook zij zich verder kunnen ontwikkelen.

In de biologisch dynamische landbouw (BD-landbouw) wordt rekening gehouden met de beïnvloeding van kosmische krachten. Aan de standen van de maan, planeten en sterren wordt afgelezen wanneer het een gunstige dag is om te ploegen, bemesten, zaaien, snoeien, enten of oogsten. Er is zo een samenwerking met de engelenhiërarchieën die door de maan, planeten en sterren heen werken. Door op deze manier te werken, kom je tot het beleven van de ritmen in de natuur, want er is zo een samenwerking met de engelenhiërarchieën die door de maan, planeten en sterren heen werken. Zij beïnvloeden de elementenwezens: de etherische wezens die in de aardesfeer werkzaam zijn. (‘De hiërarchieën zijn de architecten en de elementenwezens de bouwvakkers.’ ¹
Als de landbouwers op een natuurlijke manier het land bewerken, zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen (gif), dan krijgen de elementenwezens alle ruimte om in een gezond milieu hun taak te verrichten.

De taak van elementenwezens in de plantenwereld.
Hieronder een schets van de taak van vier groepen elementenwezens, om u een idee te geven hoe belangrijk ze zijn.
Deze vier groepen zijn:     
De aardewezens: de gnomen of wortelgeesten.
De waterwezens: de undinen of nimfen.
De luchtwezens: de sylfen of elfen.
De vuurwezens: de salamanders.
Elke groep wezens wordt geleid door een groepsgeest.

De gnomen voelen zich het beste daar waar de wortel aan de aarde grenst. Ze voeden en verzorgen de planten door het minerale rijk van de aarde tot stromen te brengen en deze over te hevelen naar de wortels.
Gnomen kunnen zich duidelijk manifesteren en zijn een en al zintuig dat tegelijk verstand is. Ze hoeven niet na te denken zoals de mensen, omdat er meteen begrepen wordt, wat er gezien en gehoord wordt. Hun verstand is universeel. Het menselijke verstand zien ze als iets dat onvolmaakt is. Hun ideeën ontvangen ze van de planten: door de planten heen stroomt wat van boven uit de kosmos toegestuurd wordt naar de wortel en druppelt zo de aarde binnen.
Rudolf Steiner heeft dit als volgt uitgelegd: “Wat hun daar tegemoet druppelt is wat het licht de bloemen heeft toegestuurd, wat de zonnewarmte de planten heeft toegestuurd, wat de lucht in het blad teweeg heeft gebracht, ja, wat verre sterren in de omgeving van de planten hebben bewerkstelligd.”
De gnomen nemen door de planten, die voor hen hetzelfde zijn als voor ons de lichtstralen, de ideeën van het heelal op en dragen ze binnen in de aarde bij vol bewustzijn van erts naar erts, van steen naar steen.” ²

De undinen leven in alles wat vloeibaar is, wat stroomt. Het zijn dromerige wezens en ze veranderen voortdurend waardoor ze ongrijpbaar zijn. Je vindt ze vlak boven de bodem, daar waar de plant net het gebied van de gnomen heeft verlaten. In het blad van de plant zijn ze in hun element, daar stromen, daar weven ze. Het zijn de kosmische chemici van de plantenwereld. De undinen bewerkstelligen de verbinding en scheiding van de stoffen in de plant.

De sylfen zijn de lichtdragers voor de plant. Zij verzorgen het omzettingsproces in de plant, de omzetting van licht en lucht naar substantie: uit het chemische werk van de nimfen en uit het licht, weven ze de oerplant in de plant. Hun bewustzijn is nog meer dromend nog meer slapend dan de undinen.
Belangrijke dieren voor de sylfen zijn vogels. Door de vogelwereld ontwaken zij af en toe. Als dit niet zou gebeuren vervluchtigt hun bewustzijn en dreigt uit te doven.

De salamanders: waar de warmte van de aarde het hoogst is, verzamelen de salamanders deze warmte en dragen ze bij de bloemen en planten de werkingen van de warmte-ether binnen.
Vuurwezens hebben een belangrijke functie bij de voortplanting, die volgens Rudolf Steiner niet boven de grond plaats vindt, maar in de bodem.³
Van al deze vier rijken hebben de vuurwezens het diepst slapende bewustzijn.
Aan alles wat warmte is tussen mens en dier en tussen dier en plant kan hun bewustzijn ontvonken.

Ontmoeting met de biologisch dynamische boer Huib.   
Het is midden in de winter als ik bij het land van boer Huib mijn auto parkeer. Er heerst een aangename ‘winterstilte’ op zijn terrein.
Boer Huib heeft een groot stuk land waar hij BD-groenten verbouwt. Hij heeft twaalf paarden en een winkel waar producten van zijn land worden verkocht. Daarnaast is hij leraar op de ‘Biologisch dynamische landbouwschool Warmonderhof’.

Aan de keukentafel vertelt Huib met hart en ziel over zijn ervaring met elementairwezens (andere benaming voor elementenwezens).
Huib dwaalde als kind vaak alleen door de polder, daar waar zijn vader boer was.
Huib: “Elke plek had zijn eigen sfeer en aan de planten kon ik die sfeer aflezen, zelfs de gemoedstoestand van die plant komt op je over, zou ik bijna zeggen.
Ik denk dat ik een jaar of vijf was toen ik al over het land liep te dwalen. Prachtige dingen heb ik gezien. Zoals vlinders die in een kring zaten. Geen gewone kring, maar met een binnenkring, een soort organisatie. Binnenin zaten vier vlinders die alle kanten opkeken. Een van de vier maakte veel vleugelbewegingen en er stond ook een vlinder decentraal. Het leek op een vergadering. Later heb ik gehoord dat dit toen wel meer voorkwam. Je ziet wel eens spreeuwen in de lucht die tijdens hun vlucht van die mooie patronen maken, daar zit een elf of elfen in die deze figuren maken. Een groepsziel bezielt die hele wolk met spreeuwen. Vissen hebben dit ook en vlinders hebben dit misschien gehad, maar dat is weg! Je ziet het niet meer.” (Volgens Huib door de verwarring die er tegenwoordig heerst).

Hoe werkt u met de elementairwezens?
“Eigenlijk zonder dat ik daar aan denk. Ik probeer altijd iets op het land te laten verwilderen. Aan de rand meestal. Ik denk dat ze daar graag zitten. Alles wat je bestraat, waar je beton legt of iets platlegt, ik denk dat ze daar wel moeite mee hebben!”

Dat voelt u ook?
“Ja. Ik loop ook over het land en dan voel je het een en ander. Ik ben dan in gedachte bij dat land, anders werkt het niet. Het is toch een soort samenwerking tussen natuurwezens en ons, van hoe wij met land, omgeving en dergelijke omgaan. Er moet plaats voor ze zijn, zodat ze hun werk kunnen doen.
Toen ik hier twintig jaar geleden aankwam en over het land keek, zag ik een wat grijzig vijandige sfeer hangen. Ik dacht: hier moet ik nog het een en ander doen om geaccepteerd te worden, een samenwerking opbouwen. In de loop van de tijd is dat steeds beter geworden.”

Is het na twintig jaar nog niet weg dan?
“Als ik vreemde mensen op het land heb, dan merk ik wel dat er weerstand is. Ze zijn erg gevoelig, ze gaan veel voorzichtiger met elkaar om dan wij doen. Als je te direct bent dan trekken ze zich terug en worden ze verlegen.”

Een ervaring met elementairwezens:
Huib: “Samen met een oud-leerling zat ik wat te kletsen rond deze tafel. Er was een bijzondere sfeer, ik weet niet hoe dat kwam. Toen kwam er opeens van bovenuit –ja, er zat wel een plafond, maar dat zegt dan niets- een soort steen die helemaal doorzichtig was, leek wel een stuk ijs. Het kwam heel langzaam naar beneden tussen ons in en spreidde zich uit in een cirkel over de vloer die tot buiten het huis liep. Daarna kwamen er dwars door de muur heen, wezens met een soort gebreide jas aan. Ze hadden een licht op de borst. Het waren er een stuk of zeven. Een gezicht hadden ze niet. (Huib ziet wel een capuchon. Wat ze aan hebben heeft motieven in aardekleuren die je ook in die oude tafelkleden ziet, het leek op traditionele Inca-stijl.)
Ze liepen niet, ze zweefden en ze kwamen met een flink vaartje aan. Op het laatste moment hielden ze in en gingen met een lagere snelheid naar de plek waar ze gingen staan. Dat licht dat ze op de borst uitstraalden was heel mooi. Toen ik mijn aandacht richtte op een van die wezens, begon die met een heel mooi licht terug te schijnen. Hierdoor merkte ik dat bij elk wezen de lamp een andere kleur had. Het was bij allemaal bruin oranje, maar bij elk een ander tintje. En ik dacht: kijk dat zijn ook individuen. We zaten zo een poosje, toen ik achter mij een vuurwezen zag aankomen half door de vloer en half door dat alles heen. Ik dacht: ‘Nu voel ik wat ik vaak voel als ik ’s avonds in de stoel zit’ en toen wist ik: dat is het huiswezen. Een beetje verlegen was die, dus ik heb hem welkom geheten. Ik zei zo van: ‘Joh, kom er gezellig bij zitten’. En hij nam plaats aan mijn rechterkant, daar waar in de cirkel nog een open plek was. Het was dus gewoon van tevoren zo gepland. We hebben een hele tijd zo gezeten en ik heb wat gecommuniceerd met het huiswezen. In gedachte doe je dat. Vuurwezens hebben hier in de polder de vorm van een polderschuurtje. Een soort huisje dat vlamt. Vlammen die opvlammen en als ze doven zijn er gelijk weer nieuwe. Het is hun lichaam waar hun geest in zit. In het begin dacht ik: ‘Dit is geen wezen’, maar ik zag - en misschien had hij dat zelf geprojecteerd - een paar ogen en iets van een neus of een mondje. Later waren deze weg. Dat was er misschien om kennis te maken. Want ze nemen ook een gedaante aan. Een heel zachtmoedig en begripvol wezen was dat.”

Weet u waarom ze hier kwamen?
“Ja, daar heb ik lang over nagedacht! Het was een kennismaking omdat ik toch al met ze communiceerde en ze zich toch een keer wilden laten zien. Een geweldige ervaring, het staat op mijn netvlies getekend.”
(De oud-leerling met wie Huib aan de tafel zat zag dit ook, maar omdat ze het beiden niet wilden verstoren, praatten ze ondertussen gewoon door.)

Hoe werkt het in combinatie, de natuurwezens en de standen van de planeten, sterren en maan?
“Ik denk dat dit vanzelf gaat. De natuurwezens reageren daarop. De gnomen bijvoorbeeld die krijgen een pantsertje als de maan vol is. Omdat ze zich tegen de invloed van de maan willen beschermen. En als de maan weer afneemt dan verzacht hun buitenkant weer.”

Huib werkt zoveel mogelijk met de zaaikalender van Hans Bruinsma. Elke dag heeft een combinatie van eigenschappen die invloed op een bepaald gewas hebben.

Zijn terrein is een tijdje natuurterrein geweest. Rondom zijn bedrijf is veel gebouwd. Huib voelt, dat een heleboel wezens zich op en in de buurt van zijn terrein hebben verzameld. Er stonden planten en solitaire bomen die prachtig uitstraalden; ze zijn allemaal weggehakt.

Huib: “Ik ben in het begin in het bedrijf meer geforceerd en agressief te werk gegaan als iets niet goed ging. Als ik een stel bladluizen zag pakte ik al het bestrijdingsmiddel spruzit. Dit is plantensap dat in het zonlicht in twintig minuten afgebroken is tot water en koolzuurgas, dus je hebt er geen residuen van. De eerste vijf jaar deed ik dat nog regelmatig. Daarna heb ik hem weggegeven. Er is zo een potentieel opgebouwd aan natuurlijke vijanden die het zelf opruimen.”

Met een wichelroede en pendel meet Huib de Boviswaarde4 van zijn land en gewassen.
Hij vertelde dat ze bij de Bovismeting uitgaan van een waarde van 6500. Daaronder is ziekmakend en daarboven is opbouwend voor het lichaam. Hij meet vaak 8000. Op een stuk land kwam hij met deze meting een keer zelfs nog vele malen hoger uit.

Het was een leuke ontmoeting en met een tas heerlijke BD-groenten uit de winkel en een wichelroede rijker ga ik weer op huis aan.

¹ Uit: Over Moeder Aarde van Kees Zoeteman
² Uit: Natuurwezens van Rudolf Steiner
³ Zie: Natuurwezens van Rudolf Steiner
4
Boviswaarde: de vitaliteit van bijvoorbeeld een stuk land, gewassen of voedingsmiddelen meten. Dit volgens een schaalverdeling die is ontwikkeld door de Franse wetenschapper André Bovis

Gebruikte bronnen:
Boek: Natuurwezens van Rudolf Steiner
          De Heer der elementen van Bastiaan Baan
          Over Moeder Aarde van Kees Zoeteman